FELICITAS ROHDEN
 
 
 
 
 

 

HET ONZICHTBARE VERBEELD
by Elien Haentjens
(in dutch)

Waar de wetenschap zijn grenzen bereikt, begint het werk van Felicitas Rohden. Ze tracht het irrationele en onzichtbare in beeld te brengen. Al is een vleugje ironie daarbij nooit veraf. “De algemeen aanvaarde, objectief wetenschappelijke ideeën vormen mijn uitgangspunt, maar ik geef ze een artistieke invulling. Fantaseren over onbekende werelden zoals de diepzee of de kosmos vind ik spannend.”

Met ‘Slivers’ creëert Felicitas Rohden (°1984, Haan, Duitsland) een in situ-installatie in de Bogardenkapel. “Zowel qua vorm als qua kleur heb ik mijn werk bewust erg minimaal gehouden. Ik wil niet opboksen tegen de kapel, ze moet binnen mijn installatie tot haar recht kunnen komen”, vertelt de Belgisch-Duitse kunstenares.

Rohden installeerde in de kapel zes gitzwarte kristalvormige objecten, die ze telkens per twee combineert. In de drie kleinere zwarte diamanten plaatste ze een beamer, in de daar tegenoverstaande grotere kristallen integreerde ze spiegelprisma’s. Deze spiegels zorgen voor een defragmentatie van het door de beamer geprojecteerde beeld. Daardoor zien we het beeld, dat in se niet veranderd is, in een totaal ander perspectief. Net als splinters – of ‘Slivers’ in het Engels - valt het helemaal uiteen.

Efemere spiegels

Dat Rohden zo vaak spiegels gebruikt in haar werk, spruit onder andere voort uit haar fascinatie voor het heelal. “Sinds oudsher vormen spiegels een belangrijk instrument in het onderzoek naar de kosmos. De Maya’s deden beroep op het spiegeleffect van een waterbassin om de sterren te analyseren. En ook de huidige telescopen zijn opgebouwd uit spiegels.”

Rohden zet de spiegel in om een ongrijpbare, andere werkelijkheid te creëren, zonder de wereld zelf te veranderen. Hij doet dienst als materiaal, maar tegelijk ook als medium tussen de ontvanger en wat is. De spiegel zelf is tastbaar, het spiegelbeeld is efemeer en niet te grijpen. “Met deze aspecten speelde ik in mijn recente installatie ‘Tiefe des Reflexes’ (2011) in Düsseldorf. Passanten zagen er zowel zichzelf als de omliggende ruimte voortdurend in veranderen. De gebogen vorm versterkte dat effect nog”, stelt Rohden.

Visionaire literatuur

Net zoals in die ‘Tiefe des Reflexes’ maakt Rohden in de Brugse installatie gretig gebruik van de kristalvorm, die overvloedig in de natuur aanwezig is. “Hun bijzonder ingewikkelde structuur, die uit een opeenstapeling van atomen bestaat, proberen begrijpen fascineert me. Door de gigantische vooruitgang binnen de wetenschap, bijvoorbeeld dankzij de deeltjesversneller CERN, zijn de onderzochte elementen intussen minuscuul klein. Ze zijn nog wel mathematisch te verklaren, maar we kunnen er ons geen tastbaar beeld meer van vormen. De grens tussen het concrete en abstracte is dus vervaagd.”

Net als Jules Verne, ook wel de vader van de realistische sciencefiction genoemd, daagt Rohden met haar werk de grenzen van de wetenschappelijke realiteit voortdurend uit. Zo beschreef de Franse auteur in zijn boek ‘Reis naar het middelpunt van de aarde’ (1864) een grot vol kristallen. In 2000 ontdekten mijnwerkers op zo’n 300 meter onder de Mexicaanse Chihuahuawoestijn bij toeval de Naicagrot, die er net zo uitzag als Verne meer dan een eeuw voordien beschreven had.

Bovenaardse beleving

Naast haar interesse voor onbekende werelden die ontglippen aan de wetenschap, zoals de diepzee en de kosmos, deelt Rohden ook haar fascinatie voor kristallen met het sciencefictiongenre. Zo lijkt haar werk ‘Dark Crystal’ (2011) een attribuut, dat ontsnapt is uit een sciencefictionfilm. En roept ook ‘Scutum’ (2010) connotaties met buitenaards leven op.

Om dat bovenaardse effect te bereiken schakelt Rohden de materialiteit binnen haar werk zoveel mogelijk uit. Zo maakte ze de zes kristallen in de Bogardenkapel met pigment gitzwart. Met een volledige lichtabsorptie als resultaat. Of gebruikte ze in ‘Scutum’ lüsterlack. Het geeft de schildjes een blinkend groene schijn, waardoor ze doen denken aan de juweelkevers van Jan Fabre. “Door het materiaal te vervormen en open te breken probeer ik het ondefinieerbaar te maken, zodat toeschouwers er geen naam meer op kunnen plakken. Op die manier wil ik hen aanzetten om verder te kijken, om andere vragen te stellen”, vertelt Rohden. 

Net zoals Panamarenko met zijn ingenieuze vliegmachines verkent Rohden voor ons dus voorlopig onbekende werelden. Ze verbeeldt wat objectief niet te verbeelden valt. Om die andere realiteit te evoceren wil ze ons de ons omringende ruimte anders doen beleven. Net zoals in de wetenschap – en bij Panamarenko - staat niet het resultaat, maar wel het onderzoek centraal. Met haar kunst breidt Felicitas Rohden dus een eigenzinnig verlengstuk aan onze objectieve kennis. 

Elien Haentjens, augustus 2011